Werkvorm – De doos van Pandora

,
Werkvorm De Doos van Pandora

Het kan lastig zijn om in een team ongewenst gedrag bespreekbaar te maken. Het gaat tijdens deze oefening om gedrag wat een deel van de groep als storend ervaart, maar niet iedereen in de groep hier hetzelfde over denkt. De discussie wordt dan vaak een welles-nietes discussie. Deze werkvorm helpt dat te voorkomen en te praten over oplossingen.

Doel: bespreekbaar maken van ongewenst gedrag

Benodigdheden: 6-8 schoenendozen met een gleuf aan de onderkant, 5 pakjes postits.

Groepsgrootte: 4-9 personen

Duur: 60-90 minuten

Voorbereiding werkvorm De Doos van Pandora

Zet een aantal uitspraken op verschillende flipovers (1 per flip) die gaan over wat het team belangrijk vindt. Denk aan:

  • Een goede sfeer binnen het team vind ik belangrijk.
  • Een stille werkplek vind ik belangrijk.
  • Een resultaatgerichte managementstijl vind ik belangrijk.
  • Een pestvrije werkplek vind ik belangrijk.
  • Ik vind het belangrijk om samen te werken.
  • Ik vind het belangrijk om zelfstandig te kunnen werken.

Gebruik maximaal 3 uitspraken, zorg dat deze betrekking hebben op het ongewenst gedrag wat leeft binnen de groep.

Verzamel 6 schoenendozen. Draai ze om en maak in de onderkant en maak in de onderkant een gleuf ter grootte van een brievenbus.

Uitvoering werkvorm De Doos van Pandora

Geef de deelnemers een setje post-its. Iedere deelnemer kan nu de uitspraken aanvullen die al op de flipover staan. Andere deelnemers hoeven niet te zien wat er op de postit geschreven wordt. Deze postits worden vervolgens in een doos gedaan en aan de trainer gegeven. De trainer breidt het aantal uitspraken vervolgens uit met de uitspraken die zijn gedaan door de deelnemers.

Vervolgens gaan de deelnemers de gang op. Ieder deelnemer krijgt 15 lege postits. 1 voor 1 gaan de deelnemers het lokaal in om hun 15 postits te verdelen over de uitspraken: in hoeverre vind jij dit belangrijk? Het zegt dus nog niets over de huidige situatie. De deelnemer mag 15 postits in 1 doos stoppen (horende bij 1 uitspraak), maar ze ook over verschillende uitspraken verdelen.

De trainer verzamelt nadat iedere deelnemer zijn/haar postits heeft verdeeld de postits en schrijft het aantal per uitspraak op (niet zichtbaar voor de deelnemers). Vervolgens doe je dezelfde ronde nog een keer, maar dan met het verzoek om met de postits aan te geven hoe de huidige situatie is. Is er een goede sfeer in het team? Is er een stille werkplek? Etc. Hoe meer de huidige situatie een goede reflectie is van de gewenste situatie, hoe meer postits de deelnemer erbij plakt.

Ook deze postits verzamelt de begeleider. De begeleider schrijft vervolgens per uitspraak op wat:

  • Het aantal postits was voor de gewenste situatie
  • Het aantal postits was voor de huidige situatie

De uitspraak met de grootste discrepantie is het meest urgente topic. Maak een denkbeeldige lijn in de ruimte: waar staan we en waar willen we naar toe? Een voorbeeld:

 

De sfeer in het team:

0 ———————— 25 ————————————————– 65

De sfeer in het team wordt als belangrijk gezien: maar liefst 65 postits zijn voor de gewenste situatie ingediend. Slechts 25 positits zijn ingediend als het gaat om de huidige situatie.

Ga met zijn allen bij 25 staan. Stel vervolgens de vraag: wat moet er gebeuren om van 25 naar 30 te gaan? Wat zou het een beetje beter maken? Wat is daarvoor nodig? Laat de deelnemers dit positief omschrijven: dus niet wat je niet wilt, maar wat je wel wilt. Een voorbeeld: ik wil niet dat er grapjes gemaakt worden over vrouwen. Dit kan zijn: ik wil dat er respectvol met vrouwen omgegaan wordt op de werkvloer. Als begeleider kun je uitspraken ook herframen. Als er bijvoorbeeld een uitspraak wordt gedaan als ‘ik wil dat er altijd iemand beschikbaar is om te overleggen’ kan herframed worden naar ‘je vindt het belangrijk dat je met iemand kunt overleggen’.

Sluit af met een aantal concrete acties: wat moet er gebeuren om de eerste stap te zetten naar ons teamdoel?

Doe dit met alle uitspraken die aandacht vergen. Let op dat je niet het hele probleem wilt oplossen: vaak is een eerste stapje al voldoende. Zo niet, dan kun je beter een volgende sessie beleggen dan alles in 1 sessie op te willen lossen. Het vertrouwen in de eindoplossing is er vaak niet en zorgt er voor dat deelnemers weer in een welles/nietes houding vervallen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *